Schrijven en liefde en niets anders

Depri brieven van Doeschka Meijsing + bezopen proza van Stella Bergsma
Literatuur
Doeschka Meijsing

Wat verbindt de hoogst intellectuele, hoogst onzekere Doeschka Meijsing (1947-2012) met de kersverse Nederlandse Bukowksi, Stella Bergma? Je zou denken: weinig. En toch. 

Chrétien Breukers

En liefde in mindere mate is een keuze uit de dagboeken van Doeschka Meijsing, geschreven tussen 1961 en 1987. Samenstellers Annette Portegies en Ben Peperkamp hebben nog een tweede deel in voorbereiding, met dagboeknotities van 1988 tot 2012, het jaar waarin Meijsing veel te vroeg overleed.

Bijna de helft van dit deel uit de reeks privé-domein bestaat uit noten. Die beginnen op bladzijde 389 en eindigen op 714. Dat zijn er, ik kan er geen ander woord voor verzinnen, veel. Is het te veel? Ik geloof het wel. Je krijgt er een bladerarm van en je raakt door de vele bomen het zicht op het bos enigszins kwijt.

Misschien is dit een beetje gezeur van mij, maar ik denk toch dat de uitgave er bij gewonnen had, als de samenstellers hun kennis deels hadden ingeslikt en de auteur zelf ruimer baan hadden gegeven. Dit boek heeft nu eerder het karakter van een graftombe, dan van een levendig boek van een belangrijk schrijfster. En een levendig boek van een belangrijk schrijfster is dit wel degelijk.

W.F. Hermans schreef ooit: ‘Dagboeken en brieven schrijven is en blijft een goedkope manier van tekstproductie: alles mag toevallig zijn, niets hoeft te worden afgerond.’ Dat is mooi gezegd van de Oude Tovenaar, maar het klopt natuurlijk niet. Bovendien kun je je altijd afvragen of een tekst zo nodig moet worden afgerond.

Ik denk dat de toevalligheid, en de (relatieve) onafgerondheid juist in het voordeel van sommige auteurs werken. De Brieven uit Genua van Ilja Leonard Pfeijffer zijn juist omdat ze alle kanten opschieten de moeite waard, en de enige afgerondheid die hij aanbrengt (in de vorm van een gelukkig einde) is niet per se noodzakelijk.

 

En liefde in mindere mate

 

Laatste opleving

Doeschka Meijsing schiet in haar dagboeken ook alle kanten op. Liefdesverdriet en literaire overpeinzing staan naast aanzetten tot verhalen en korte essays. Getob over huiswerk en seks vinden onderdak in hetzelfde boek. De gepubliceerde dagboeken beginnen als ze een veertienjarige, altijd verliefde, zeer zelfverzekerde en toch onzekere puber is en eindigen als ze veertig is en zich een positie in de letteren heeft verworven.

Meijsing was de enige vrouwelijke Revisor-auteur van naam. Met deze term wordt meestal bedoeld: een aantal auteurs, verbonden aan het tijdschrift De Revisor, in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw; het betrof auteurs die een sterke nadruk legden op een precieze stijl, en die de vorm van hun geschriften schaafden tot er geen woord te veel meer op papier stond.

Bekende Revisor-auteurs zijn naast Meijsing haar broer Geerten Maria (al was die van meet af aan een buitenstaander), Frans Kellendonk, A.F.Th. van der Heijden (en dan vooral zijn alter ego Patrizio Canaponi), Oek de Jong en Nicolaas Matsier. Je zou kunnen zeggen dat deze groep, die weliswaar geen hechte groep was, de laatste opleving van de verbeelding als leidend literair beginsel op haar geweten heeft, en dat de interesse in wat literatuur nu precies was en kon voorstellen in haar zijn laatste bloei heeft gekend, althans, voorlopig lijkt het daar wel op.

Meijsing is in haar dagboeken oprecht over haar afhankelijkheid van anderen: de door het boek heen geweven liefdesaffaires met mannen en vrouwen, onder wie Gerda Meijerink en Rudy Kousbroek, zijn schrijnend en laten de lezer tegelijkertijd hoofdschuddend achter. Over haar worsteling met de eenzaamheid, de drank, haar twijfels over de kwaliteit van haar werk, én over haar relatie met schrijver en broer Geerten Meijsing.

Dat alles in een wat droge, zeer adequate en soms norse stijl opgesomd, maakt bij elkaar een muziek die we ook kennen uit haar boeken, zoals Vuur en zijde en Over de liefde, haar laatste, veelgeprezen en bekroonde roman. Meijsing is niet bang voor grote thema’s en heeft genoeg grip op haar stof én op haar stijl om de lezer voortdurend vast te houden en het geheel, wat W.F. Hermans ook zei of bedoelde, interessant te maken.

Meijsing was de auteur die leefde voor de literatuur, en voor de liefde. Dat was geen vrijblijvend spel, zoals een dagboeknotitie uit 1976 bewijst: ‘Toch steeds weer opnieuw proberen een leven van schrijven en liefde. Want die twee dingen zijn alles. En daarbuiten is niets. Daarbuiten val ik in stukken en brokken uiteen. Daarbuiten ligt de waanzin, waar ik soms dichtbij ben.’

 

Stella Bergsma (c) Koos Breukel

 

Overtollige gal

De hoofdpersoon van Pussy Album, de debuutroman van zangeres, dichteres en Facebook- en Twitterfenomeen Stella Bergsma, beweegt zich soms wél tot over de rand van de waanzin. Eva van Lier is 37 jaar, lerares, vrouw, poëzieliefhebster en junk, vertelt de achterflap; en na het verliezen van de liefde en de baan gaat ze vooral eens flink ten onder in een bad van alcohol en seks.

Stella Bergsma vertaalde gedichten van Charles Bukowski en daarom wordt ze soms met deze auteur vergeleken. Hij dronk immers ook wel eens een glas (te veel). Ook hij schreef poëzie. En romans en verhalen. Volgens mij is die vergelijking overdreven, maar Bergsma doet er wel alles aan om haar hoofdpersoon flink naar de vaantjes te laten gaan. Daarin is een overeenkomst met Bukowski aan te wijzen, al is het bij Bukowski altijd net allemaal een tikkeltje dichter bij de grond dan bij Bergsma.

Volgens mij is het proza van Bergsma juist veel ‘taliger‘ dan dat van het vereerde voorbeeld. Dat de hoofdpersoon van poëzie houdt, betaalt zich uit in Bergma’s stijl. Ik citeer een passage waarin Eva inmiddels postbode is geworden. Na haar ontslag als lerares moet ze zich gedwongen verlagen tot banen als helpdeskmedewerker (wat een briljant hoofdstuk oplevert) en postbode. Eva is geen gewone postbode:

‘Ik kots op een straathoek. Het is nog heel vroeg, er is niemand te zien. Leunend tegen mijn postfiets gooi ik mijn overtollige gal eruit. Ik ben dronken, halfdronken, behoorlijk dronken en daar weer de helft van. Een onbekende kennelijke staat van zijn. Voor ik op pad ging, spoelde ik met acht bier mijn kater weg, anders was het me niet gelukt vandaag.’

Een baan als postbode (nog een overeenkomst met Bukowski) is natuurlijk geen levensvervulling, maar volgens mij is het Bergsma ook niet om dit soort dingen te doen. Ze gebruikt de tomeloze drankzucht, sex drive en liefdesverlangens van haar hoofdpersoon om een bouwwerk van taal te maken, een bouwwerk dat meer moet doen dan alleen maar shockeren of epateren.

Ik vind het jammer dat de Bukowski-associaties er hier en daar te dik opliggen, want Pussy Album is meer dan een navolging van het Amerikaanse voorbeeld. Bergsma kan erg goed schrijven en houdt er de vaart het hele boek in, iets wat je van Bukowski niet altijd kunt zeggen. Haar reeksen neologismen en het poëtische proza dat ze door haar boek strooit maken het meer dan een boek van een stoere meid (zo iemand die zuipt en neukt omdat het nu eenmaal zo hoort), ze maken het tot literatuur, tot een werk van de verbeelding.

En daar komt de overeenkomst met Doeschka Meijsing om de hoek kijken: Bergsma roept in haar roman een leven op van schrijven en liefde, twee componenten die de waanzin bij de hoofdpersoon niet op afstand weten te houden, maar bij de auteur wellicht wel. Drift heeft Bergsma genoeg. Net als in haar eerste dichtbundel Cupcakes steekt ze in Pussy Album een dikke middelvinger op naar allerlei voorschriften en conventies, en dat pakt, in combinatie met haar lyrische stijl, veel beter uit dan ik van tevoren had kunnen denken. Sterker, dat werkt heel goed. Ik heb het boek van Bergsma in een dag gelezen, en dat lukt me niet met alle debuten.

Helaas zal Bergsma nog flink wat tijd moeten vechten tegen het label van de Bukowski-navolger, iets waar ze zelf gedeeltelijk schuld aan is. Maar als ze nog een of twee boeken schrijft met dezelfde inzet, kan er niemand meer om haar heen. Dan is elk buitenlands voorbeeld in de mist van het schimmenrijk verdwenen.

 

Ondertussen hoop ik nog zo oud te worden dat ik ooit, bijvoorbeeld over vijftig jaar, een selectie uit de dagboeken van Stella Bergsma kan lezen. Ik ben benieuwd of ze dat bijhoudt en of ze daarin net zo’n verscheurde, maar interessante persoon is als Doeschka Meijsing. Voorlopig liggen de kaarten gunstig.

 

Pussy album

Doeschka Meijsing, En liefde in mindere mate. Dagboeken 1961-1987. De Arbeiderspers, 714 blz., € 29,99. ISBN: 9789029539463

 

Stella Bergsma, Pussy Album. Nijgh & Van Ditmar, 288 blz., € 19,99. ISBN: 9789038800820

Chrétien Breukers schreef poëzie, verwierf bekendheid als hoofdredacteur van het poëzielbog De Contrabas. De laatste jaren legt hij zich toe op proza: de verhalenbundel Een zoon van Limburg, de roman Lot en de novelle Fresh Up, allen verschenen bij uitgeverij Marmer.