Irrsal, dwalen door het Weense platteland

Hugo Wolf
Muziek
Dietrich Henschel

 

Het filmconcert Irrsal opent de fijngevoelige wereld van de negentiende-eeuwse liedcomponist Hugo Wolf, die heel wat teksten van Eduard Mörike op muziek zette. Ondanks hun eenvoud zijn de liederen niet zomaar te vatten. De Belgisch-Catalaanse videokunstenares en theaterregisseur Clara Pons maakte een eigenzinnige film bij de orkestliederen van Wolf, die op het podium gezongen worden door de Duitse bariton Dietrich Henschel. De orkestpartituur wordt gespeeld door deFilharmonie onder leiding van hoofddirigent Philippe Herreweghe. Het project wordt uitgevoerd in Antwerpen, Gent en Den Haag en verscheen eerder op cd en dvd bij Evil Penguin. 

Lien Vanreusel

Een filmconcert samenstellen is steeds een evenwichtsoefening. Vaak wordt een film voorzien van raak gekozen muziek, of een nieuwe compositie begeleidt de beelden. De muziek voegt dan een laag toe die de beelden kracht bijzet. Irrsal vertrekt vanuit het omgekeerde gegeven: aan de basis van het project liggen enkele uiterst poëtische en dramatische liederen van Hugo Wolf, die in de film de vorm kregen van een passieverhaal. De film is opgebouwd als een triptiek die de spirituele dwaling in beeld brengt van een katholieke priester, belichaamd door Dietrich Henschel. De priester wordt verliefd op een raadselachtige vrouw en worstelt met het celibaat: een confrontatie van de menselijke en de goddelijke liefde, het thema dat centraal staat in de poëzie van Mörike. Als locatie voor de film werd het Weense platteland gekozen, de heimat van Hugo Wolf.

 

Openen wat gesloten was

Irrsal is één van die Duitse woorden die niet eenduidig te vertalen zijn. Het is te vinden in een gedicht uit de cyclus Peregrina van Eduard Mörike: ‘Ein Irrsal trat in die Mondscheingärten einer einst heiligen Liebe’. Irrsal betekent letterlijk 'dwaling', maar het woord suggereert veel meer: het duidt op hulpeloosheid, desoriëntering, het gevoel verloren te zijn. Het wijst op emotionele nood en zelfs op morele wanhoop. Net die raadselachtige geslotenheid maakte het woord geschikt als titel voor dit filmproject, vertelt regisseur Clara Pons. ‘De gedichten van Mörike maken deel uit van de Duitse cultuur, maar zijn toch niet zo gemakkelijk te begrijpen, ook niet door Duitsers. De wereld is sindsdien immers grondig veranderd en veel van wat er staat heeft nu geen functie meer. Samen met Dietrich Henschel wilden we de tekst en de liederen bevattelijk maken. We wilden opnieuw openen wat gesloten was. De beelden houden het midden tussen een verklaring en een commentaar. We willen geen leraar worden of een mening opdringen. De toeschouwer moet zijn verbeelding kunnen gebruiken. Of dat werkt, is natuurlijk een andere zaak.’

 

Speelbal tussen Wagner en Brahms

Het cd-boekje bevat een tekst die Dietrich Henschel schreef samen met Stefan Grondelaers. Ze leggen er de drijfveren van Hugo Wolf en Eduard Mörike naast elkaar: ‘Waanzin, marginaliteit en genie waren de hoekstenen van de korte carrière van Hugo Wolf, die de muziekgeschiedenis verblijdde met liederen met een ongekend geconcentreerde expressieve intensiteit, die geschreven zijn in een muzikaal idioom dat sterk herinnert aan dat van Wagner.’ De carrière van Hugo Wolf kende hoogtes en laagtes. Hugo Wolf leed aan syfilis sinds hij 17 was; meer dan waarschijnlijk had hij de ziekte opgelopen bij een prostituee. De ziekte deelde zijn creatieve leven op in periodes vol energie, afgewisseld met jaren van diepe depressie waarin hij niet in staat was om te componeren. Maar ook zijn temperament speelde hem parten. Hugo Wolf kon moeilijk om met kritiek. Hij was een groot bewonderaar van Richard Wagner, wiens muziek aan het einde van de negentiende eeuw het muzikale establishment irriteerde. De strijd tussen de 'conservatieve' Brahms en de avant-gardist Wagner maakte dat Wolf in het verweer ging. Tijdens periodes waarin hij niet componeerde, wijdde hij zich aan muziekkritiek, waarbij hij de muziek van de strekking van Brahms sterk veroordeelde. Zijn kritiek riep echter verontwaardiging op, waardoor zijn kwaliteiten als componist in de schaduw kwamen te staan. Twijfel zou hem de rest van zijn carrière blijven achtervolgen.

 

Getormenteerde ziel

Het meest productieve jaar uit de carrière van Wolf is rechtstreeks verbonden met de poëzie van Eduard Mörike. In 1988 componeerde hij maar liefst 53 liederen op tekst van Mörike, in slechts enkele maanden tijd. We kunnen spreken van een echte fascinatie. Wolf had ook contacten met andere dichters, maar enkel Mörike gaf hem zoveel inzicht in zijn eigen getormenteerde ziel. Mörike was niet voorbestemd om dichter te worden. Hij verloor al vroeg zijn ouders en werd grootgebracht door zijn oudere zus en een oom die voor hem een kerkelijke carrière voor ogen had. Voor Mörike was het priesterschap niet meer en niet minder dan zijn broodwinning. Zijn eerste gedichten schreef hij na zijn kennismaking met Maria Meyer, een beeldschone dienster met wie hij een passionele verhouding begon. Mörike moest een einde maken aan de relatie, die hem levenslang zou bijblijven. De affaire met Maria Meyer is nadrukkelijk aanwezig in Mörikes Peregrina-cyclus, maar ook in heel wat andere gedichten is er een spanning tussen liefde en lust, verantwoordelijkheid en schuld, verlossing en opoffering.

 

Net als Mörike worstelde ook Wolf met seksualiteit en de lichamelijke en morele gevolgen ervan. Clara Pons vraagt zich af waarom Wolf net voor deze teksten koos: ‘De ene was katholiek, de andere protestant. Maar misschien moeten we naar Wagner kijken om de begrippen schuld en verlossing te bekijken.’ Inderdaad, dit zijn ook de grote thema's van Wagners Parsifal. Misschien was het geen toeval dat Wolf verschillende van zijn orkestliederen op tekst van Mörike componeerde nadat hij een uitvoering van deze opera bijwoonde.

 

14 staties

Het uitgangspunt van de film Irrsal is het passieverhaal dat het leven van Christus verbeeldt. ‘De film is opgebouwd als een triptiek waarin het verhaal centraal staat, maar waar ook ruimte is voor commentaar’, aldus Pons. Het is aan de toeschouwer om die commentaar te vormen, naar analogie met de zijpanelen van een triptiek waarop de opdrachtgevers van het schilderij afgebeeld waren. Deze aanpak maakt dat de film niet narratief, maar wel heel suggestief van aard is. De keuze van de 14 liederen voor deze passie werd gemaakt door Dietrich Henschel, die zo een cyclus opbouwde die wonderbaarlijk overeenstemde met de 14 staties van de kruisweg. De grote Mörike-thema's worden met een ongeziene lichtheid behandeld, en vermengd met een bijzonder gevoel voor detail en sensuele beelden.

 

Lichaam, ziel en geest

Voor Henschel is dit filmproject een manier om het publiek in contact te brengen met de schoonheid van Wolfs muziek. ‘De toeschouwer kan er wat van mee naar huis nemen voor zijn eigen Irrsal’, daar is hij van overtuigd. In Irrsal kruipt hij in de huid van Wolf en Mörike, twee getormenteerde zielen. ‘Voor hem was het een karakter, een personage dat hij lichaam, ziel en geest gaf’, vertelt Pons. ‘Dat verschilde voor hem niet veel van een opera-uitvoering. Henschel bracht al zijn ervaring met de liederen mee, die hij al sinds jaar en dag zingt. Ik heb dan weer een frissere kijk. Hoe ik de dingen begrijp, plaatst het project in een ander perspectief.’

 

 

Het is bepaald geen lichte materie die aan bod komt. Maar de manier waarop ermee omgegaan wordt, is dat wel. Er zijn geen dialogen, enkel de geluiden van de natuur. Het Weense landschap is groen en zacht. Alledaagse taferelen, door trage camerabewegingen in beeld gebracht, maken dat de film rust ademt. En dit alles wordt gedragen door de wondermooie muziek van Hugo Wolf, die het liedgenre tot ongekende hoogten bracht.

Irrsal

 

20 mei 2016, 20u30
De Roma, Antwerpen

 

21 mei 2016, 20u00
Muziekcentrum De Bijloke, Gent

 

Zondag 22 mei 2016, 14u15
Zuiderstrandtheater, Den Haag

 

Philippe Herreweghe, dirigent
Dietrich Henschel, bariton

 

Ludwig van Beethoven,

Symfonie nr. 2
Hugo Wolf,

Irrsal

 

 

www.defilharmonie.be/irrsal-videoconcert-met-dietrich-henschel