Bruggen naar de volgende generatie

Over Max Richter en andere modern-klassieke helden
Muziek
Max Richter

Modern klassieke muziek wordt door de traditionele radiozenders nog steeds stiefmoederlijk behandeld. Ten onrechte. Neoklassieke helden als Nils Frahm, Johann Johannsson en Max Richter boren juist een nieuw publiek aan. Vooral Max Richter, binnenkort live te zien op Gent Jazz, mag als de rattenvanger van de modern klassieke muziek worden bestempeld. 

Roderik Six

25 oktober 2008 zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop ik in de Henry Le Boeufzaal pardoes in slaap viel tijdens de Negende Symfonie van Beethoven, uitgevoerd door Anima Eterna onder leiding van Jos van Immerseel. Wat me toen al opviel, tussen het knikkebollen door, was mijn jeugdigheid, toch in vergelijking met de rest van het publiek, een bezorgdheid die met de jaren alleen maar groeide. Of ik nu in Gent naar Collegium Vocale ging luisteren, of toekeek hoe Philip Glass live de soundtrack bij La Belle et La Bête verzorgde, altijd bleef ik, op een handvol conservatoriumstudenten na, een van de jongste bezoekers. Ondanks leuke initiatieven als ‘Klara for Kids’ en een toenemend aantal jonge presentatoren op de klassieke zenders, blijft het blijkbaar moeilijk om de vergrijzing tegen te gaan, toch in de traditionele zalen. Wie zal over een decennium al die pluchen stoeltjes vullen als het publiek letterlijk met uitsterven bedreigd is?

Zes jaar nadat ik tot mijn schaamte publiek in slaap viel, sta ik in een uitverkochte Paradiso, de befaamde rockclub in Amsterdam. Om me heen twintigers en dertigers, allemaal met halve liters Heineken in de hand. Wanneer Max Richter en violist Daniel Hope het podium oplopen weerklinkt er luid gejoel; bier klotst over de randen, halzen worden gestrekt. Richter komt er integraal zijn Vivaldi Recomposed brengen, een herbewerking van de Vier Seizoenen die ik in een balorige bui wel eens bestempel als ‘beter dan het origineel’. Het wordt een triomftocht. Max Richter staat er achter zijn laptop zelf van te kijken en uiteindelijk zal hij drie encores moeten geven om het stampvoetende en brullende publiek tevreden te stellen.

 

Krakkemikkig gebit

Nog een jaar later woon ik mijn zoveelste concert van Nils Frahm bij in de Handelsbeurs. Eerder zag ik hem al in een oorlogsbunker en in een verlaten hangar in de haven, nooit in de gebruikelijke concertzalen. Een hipsterbaard was blijkbaar een voorwaarde om een kaartje te mogen kopen. Frahm is met zijn koddige uiterlijk de posterboy van wat gemakshalve modern klassieke muziek wordt genoemd, een containerbegrip waar zowel Ryuchi Sakamoto als de drone-adepten van Stars of the Lid in passen. Vergelijk het met de term “Duyster-muziek”: iedereen weet wat het behelst, niemand kan een definitie geven. Alleen al de veelzijdigheid van Frahm zou het je knap lastig maken: op Felt speelt hij intimistische stukken op prepared piano, bij Nonkeen denk je per abuis een progrock-plaat te hebben gekocht en zijn priegelige samenwerkingen met F.S. Blumm doen dan weer aan minimalistische jazz denken.

In de Handelsbeurs heeft hij een batterij electronica en zelfgebouwde instrumenten bij. Een enkele keer gaat hij aan de vleugel zitten, maar voor de rest van de avond waan je je in Berghain, de beruchte technoclub in Berlijn. Beats knallen en synths snerpen door de zaal. Altijd spannend, Frahm live bezig zien. Hij deinst er bijvoorbeeld niet voor terug om een vrijwilliger uit de zaal te plukken om samen een quatre-mains te improviseren.

Op de radio hoor je hem zelden. Hetzelfde geldt voor Max Richter en die andere modern-klassieke held, Johan Johannsson. Vroeger doken ze nog eens op in laatavond-programma's als het schitterende ‘Laika’ maar dat is afgevoerd, wat best een verschraling genoemd mag worden. Overdag komen Richter en co. niet aan bod. Onwil of onwetendheid? Misschien speelt er zelfs een tikkeltje minachting mee: een dichtende Klara-presentator omschreef modern klassiek ooit als een stralende glimlach die een krakkemikkig gebit ontbloot. Een beetje stout, en misplaatst elitair, maar als Klara wil overleven, zal het dringend aansluiting moeten vinden bij een breder en vooral jonger publiek. Een publiek dat in grote getale aanwezig zal zijn op de passage van Max Richter tijdens Gent Jazz.

 

Besmet met electronica

Voor iemand die rocktempels vult, begint Richter nogal traditioneel aan zijn opleiding. Hij studeert piano en compositie aan de universiteit van Edinburgh, wordt toegelaten aan The Royal Academie of Music in Londen en klaviert in een groepje dat zich toelegt op minimalisten als Arvo Pärt en Steve Reich. Daarna wijkt hij van af van het platgetreden pad. Richter gaat bij de electronica-pioniers van The Future Sound of Londen spelen, een band die grossiert in ambient, dub, techno en house. Een beetje zoals Jef Neve die ooit de boysband Get Ready! begeleidde, maar dan veel cooler.

Richters minimalistische wortels worden besmet met de mogelijkheden van de electronica die op dat moment in opmars is; in dezelfde periode breekt Aphex Twin door bij een breed publiek. Zijn opzwepende maar dwarse breakbeat-track ‘Window Licker’ wordt zowaar een MTV-hit.

In 2002 komt Richter met een solo-album, Memoryhouse, een debuut dat meteen onthaald wordt als een mijlpaal in de neoklassieke muziek. Het ijzingwekkend sterke album is verplicht voer en een ideale instapper voor wie Richter en bij uitbreiding de modern klassieke muziek wil leren kennen.

Richter produceert aan een ijltempo platen; elke twee jaar komt hij met nieuw werk op de proppen waarbij hij aan de lopend band de grenzen tussen hogere en lagere cultuur slecht. Op The Blue Notebooks (2004) laat hij actrice Tilda Swindon teksten van Franz Kafka inlezen, een truuk die hij herhaalt op Songs from Before (2006) waar hij de populaire Japanse auteur Haruki Murakami laat vertolken door Robert Wyatt, oprichter van de cultband Soft Machine.

Geïrriteerd (of net geïnspireerd) door de stortvloed aan ringtones waarbij het technisch mogelijk wordt om je favoriete nummer als belsignaal op je telefoon te laten afspelen, zij het in een blikkerige en schelle versie, schrijft Richter in 2008 24 Postcards in Full Colour, een reeks korte stukken die als ringtone kunnen dienen. Draagbaar klassiek. Veel dichter kan je niet bij een jong publiek raken.

Op Memoryhouse na, dat op een label van de BBC verscheen, komen al Richters platen uit op FatCat Records, een label dat tot dan toe vooral alternatieve rock en punk aan de man bracht. Wat op het eerste zicht een hindernis lijkt – een klassiek album uitgeven op een rocklabel – blijkt een gouden zet. Jongeren die anders als de dood zijn voor de als saai bestempelde klassieke muziek, krijgen via de mailorders plots een album op hun bord dat bewijst dat klassieke muziek best toegankelijk kan zijn, en dat hedendaagse componisten geen schrik hebben van gitaren en laptops.

 

Max Richter

 

Vier seizoenen

In 2012 wordt Richter door Deutsche Grammophon gevraagd om de Vier Seizoenen van Vivaldi te herwerken. De herwerking past in een reeks waarmee het überklassieke label poogt aansluiting te vinden bij de remix-cultuur. Een gewaagde zet. Technokoning Carl Craig mag met Maurice Ravel aan de slag en Matthew Herbert, een experimentalist die graag botten van dode varkens als drums gebruikt, mag Mahler door de mangel halen. Helaas zijn de resultaten op zijn best wisselvallig. Ravel met een salsabeat onder... Het werkt niet echt. Ook de langgerekte Mahler-manipulatie klinkt jammer genoeg saai. Hoewel Craig en Herbert in hun veld meesters zijn, lijkt het klassieke bronmateriaal hen in de weg te zitten. Nergens komt het tot een synergie, nergens vonkt een originele muzikale gedachte op.

Een fel contrast met de indrukwekkende herwerking van Vivaldi door Richter. De Vier Seizoenen is zo'n bekend en iconisch werk dat je het eigenlijk alleen maar kan verknoeien – alsof je Van Gogh of Edward Hopper zou herschilderen. Richter laat zich niet afschrikken. Hij gooit driekwart van het bronmateriaal weg en neemt Daniel Hope onder de arm, een sterviolist die de bravoure niet schuwt. De radicale keuzes werken wonderwel: de Vier Seizoenen blijven herkenbaar maar Richter laat zich niet intimideren door Vivaldi's erfenis. Vaak heb je het gevoel naar een gevecht te luisteren: Richter die Vivaldi enerzijds probeert af te troeven door ingenieuze elektronica en geloopte violen toe te voegen en anderzijds vaak zij aan zij met de meester het strijdperk in stapt.

Als ik bij wijze van provocatie beweer dat Richters versie, Recomposed, beter is, bedoel ik vooral dat zijn Seizoenen actueler zijn: door de donkere electronica en de herhalingen, klinkt het stuk geürbaniseerd, meer een ode aan de stad dan aan het arcadische landschap.

Recomposed wordt een kritisch succes – Richter is eigenlijk de enige die nog met de reeks wordt geassocieerd – en de kiem tot verdere samenwerking is geplant. Uiteindelijk zal Deutsche Grammophon het volledige oeuvre van Richter heruitgeven, hetzij op hoogwaardig vinyl, hetzij in luxueuze cd-boxen. Om FatCat te bedanken voor de jarenlange steun laat hij hen net voor zijn overstap Memoryhouse opnieuw uitgeven, de ondertussen klassieke en felbegeerde plaat die een tijdlang uit roulatie was en daardoor op verkoopsites belachelijk hoge prijzen haalde.

 

Acht uur slapen

Zijn eerste echte nieuwe project bij Deutsche Grammophon is meteen een huzarenstukje. Geen nieuw album, maar acht nieuwe albums die samengevoegd het Sleep-project vormen. Sleep is een acht uur durende compositie die bedoeld is om tijdens je slaap op te leggen. Droommuziek die echter veel beter verdient dan wat gesnurk. Richter zal het stuk een paar keer live brengen, waarbij de pluchen zetels vervangen worden door veldbedden. Wie dat wil kan nu zonder schaamte door het stuk heen slapen. Ongewild sluit hij hiermee aan op de event-cultuur waar kunst een belevenis wordt, een ervaring die je even laat ontsnappen aan de dagelijkse sleur, een happening die je letterlijk mee maakt, louter door aanwezig te zijn.

Aan werklust ontbreekt het Richter niet. Tussen al die grootse projecten door, is hij net als Frahm, Sakamoto en Johannsson, ook een veelgevraagd componist van soundtracks. Hij leverde de score voor de Oscar-genomineerde animatiefilm Waltz with Bashir en recent voorzag hij de HBO-reeks The Leftovers van muziek. Niet alleen winnen soundtracks aan populariteit bij gewone muziekliefhebbers – zelf heb ik een zwak voor de soundtracks van Hannibal, The Revenant en Prisoners – het is voor Richter opnieuw een vehikel om de huiskamer binnen te dringen en bingende televisiekijkers klassieke muziek op te lepelen.

Telkens weet Richter de brug te slaan tussen hoge en lage cultuur, termen die door het postmodernisme ondertussen zo uitgehold zijn dat ze nauwelijks nog betekenis hebben. Toch is er een duidelijk patroon zichtbaar in zijn oeuvre: klassieke muziek bestuiven met hedendaagse invloeden, zowel qua vorm als inhoud. De electronica die hij oppikte bij The Future Sound of Londen, het gebruik van populaire actrices om spoken word toe te voegen aan zijn albums, klassieke muziek in het format van een ringtone gieten, platen uitgeven op een rocklabel, de remix-cultuur toepassen op een iconische klassieker die zich sowieso al in het collectief geheugen heeft genesteld, inspelen op de nieuwe zoektocht naar rustpunten in een druk urbaan bestaan, muziek leveren voor hét televisiefenomeen van de afgelopen jaren – allemaal bruggetjes waarmee hij een jong publiek dat normaal in een wijde boog om het klassieke canon heen loopt, toch naar de overkant lokt.

Misschien schuilt er berekening in en kunnen we Max Richter de rattenvanger van de modern klassieke muziek noemen. Het zij zo, ik dans gewillig naar zijn pijpen.

 

Gent Jazz vindt plaats van 7 tot en met 16 juli. Max Richter treedt aan op 9 juli om 22u30. Hij brengt muziek uit Infra en The Blue Notebooks. Info & reserveren: 0900 00 600 en www.gentjazz.com

Roderik Six (1979) is de auteur van de roman Vloed (bekroond) en Val (geprezen). Hij is chef-Boeken bij Focus Knack.