‘Zangers vragen er om dat ik hen tot de orde roep’

Gesprek Alain Altinoglu, nieuwe muziekdirecteur bij de Munt
Muziek
Alain Altinoglu (c) Marco Borggreve

Alain Altinoglu, Fransman met Armeense wortels, is sinds januari van dit jaar muziekdirecteur bij de Munt. Het is de eerste keer dat de dirigent zijn drukke, reizende bestaan tussen operahuizen afremt. De verwachtingen zijn groot: de artistieke saus tussen orkest en chef zou nu echt moeten binden. 

Véronique Rubens

Als het gaat om kiezen van muziekdirecteurs heeft de intendant van de Munt, Peter de Caluwe, een hobbelig parcours gereden. Bij zijn aanstelling bracht hij dirigent Marc Wigglesworth mee, maar die samenwerking liep snel uit op een vertrouwensbreuk met het orkest. Een tijdlang werkte het operaorkest zonder vaste chef, totdat de Canadees Ludovic Morlot werd aangetrokken. Ook zijn contract werd na twee jaar abrupt beëindigd, opnieuw op aangeven van het orkest, na een artistiek dispuut over de interpretatie van Mozart’s Don Giovanni.

Nu toverde De Caluwe de veertigjarige Altinoglu uit zijn hoed, een dirigent met een carrière op kruissnelheid. De afgelopen jaren dirigeerde hij in huizen die de operaliefhebber doet watertanden, zoals de Metropolitan in New York of Bayreuth, waar hij in 2015 met Lohengrin debuteerde. We bellen hem op tijdens de voorbereidingen van Pelléas et Mélisande, voor de opera van Zurich.

Een orkest dat al twee chef-dirigenten vroegtijdig deed vertrekken, schrikt dat niet af voor een eerste aanstelling?

Alain Altinoglu: ‘Absoluut niet. Voor mij was De Munt verbonden aan de eerste productie, Cendrillon van Massenet.  Meteen een schot in de roos. Elke keer dat ik daarna terugkwam in symfonische programma’s heb ik de dezelfde vurigheid ervaren, onder meer in de Grande Messe des Morts van Berlioz. Er was steeds het gevoel dat het orkest en ikzelf elkaar veel te bieden hebben.’

Dat een orkest zijn wil doordrukt en een muziekdirecteur de laan uitstuurt, zegt dat ook iets over het temperament van een orkest?

‘Het ging telkens om een ongelukkige samenloop van omstandigheden, het was niet de schuld van het orkest. Ik vind een orkest met temperament alleszins een pluspunt – maar zelf leerde ik de orkestmuzikanten van de Munt als een sympathieke groep kennen. Ik heb voor formaties gestaan die een pak moeilijker deden.’

 

Familieplanning

Op het moment dat De Munt hem aanstelde, hopte Alain Altinoglu van het ene naar het andere prestigieuze operahuis. De recentste producties waren in de Wiener Staatsoper en de operahuizen van Berlijn en Parijs. Deze zomer dirigeert hij op de Salzburger Festspiele. Tegenover dat reizende bestaan van de laatste vijftien jaar komt nu de band met een vast huis. Hoe denkt hij dat te verzoenen met de druk om elders te dirigeren?

‘Om muziekdirecteur te zijn in De Munt, heb ik vooral gesneden in de operaproducties bij andere huizen. Voor volgend seizoen heb ik engagementen in de Metropolitan en in Covent Garden geannuleerd om meer in Brussel te zijn. Dat ik die prestigieuze opdrachten laat staan, zie ik als een sterk signaal. Ik wil me exclusief engageren voor dit huis. Wat ik wel aanvaard, zijn kortlopende engagementen om orkesten te dirigeren.’

Nu is er de muzikale verantwoordelijkheid voor een operahuis. Komt het settelen op een goed moment? ‘Ik kreeg veel voorstellen om me aan een huis te binden.  Maar ik wou eerst de verschillende culturen in de operahuizen afgaan. Aanvoelen hoe anders het er in New York aan toe gaat en de gevoeligheden in Europese huizen beter aanvoelen. Telkens zes tot acht weken ondergedompeld worden in een ander operahuis is een fantastische leerschool. Maar nu voelde ik de nood om die ervaringen door te geven in een orkest en een huis dat ik het mijne wil noemen.’

Dat Brussel dichtbij zijn thuisbasis Parijs ligt, was een factor. Ook omdat het gezin Altinoglu, met de al even actieve mezzosopraan Nora Gubisch en een jonge tienerzoon, een hectische familiale agenda volgt. ‘Een aanstelling aan de andere kant van de wereld zou ingewikkeld zijn, omdat Nora veel reist om te zingen. We hebben nu een appartement in Brussel. Met mijn vrouw willen we elk jaar een aantal projecten samen plannen. Vorig jaar was er de cd-opname met Folk Songs, met muziek van Berio en de Falla. Op die manier blijf ik actief als pianist: ik begeleid haar op al haar recitals. In de Munt eindigt het seizoen met Blauwbaards Burcht met Nora in de hoofdrol van Judith.’

Altinoglu is pas in januari aangesteld maar zijn stempel is al sterk voelbaar in het Muntseizoen 2016-2017, waarin hij twee nieuwe operaproducties en een resem orkestprogramma’s zal leiden. ‘Dat is het gedeelte dat zichtbaar is. Ik heb enorm veel werk op voorhand verzet: een sterke thematische lijn uitzetten in de programmering, het op gang brengen van rekrutering voor het orkest, supervisie voor alle producties. Ik was nooit eerder muziekdirecteur. Nu pas dringt door wat een indrukwekkende taak het is.’

 

Alain Altinoglu (c) Marco Borggreve

 

Feeëriek

Wat opvalt zijn vijf orkestprogramma’s. Daarbij zit repertoire met vocale inbreng zoals het Requiem van Fauré maar ook specifieke programma’s om te schaven aan het symfonisch vakmanschap: een integrale van de symfonieën van Brahms. ‘Een operaorkest moet evenwicht vinden tussen symfonisch repertoire en opera, en op die twee fronten vooruitgang boeken. De vorige jaren was er te weinig aandacht voor het orkest op zich. In de orkestbak kan het een aantal troeven uitspelen: een begeleidende rol verfijnen, zangers opvangen en de flow van een productie volgen. In pure orkestprogramma’s is er meer aandacht voor kleur en precisie.’

Nochtans heeft Altinoglu meer reputatie als operadirigent dan als symfonisch dirigent. Of ziet hij dat onderscheid liever niet? ‘De klemtoon ligt anders. Tijdens een concertavond kan ik me toeleggen op frasering in alle lagen van het orkest. Het orkest is het enige interpretatief centrum. Het boetseren van al die orkestpartijen is mijn taak. In een operaproductie is het orkest een schakel in het geheel. Het orkest moet zich aanpassen aan de vrijheid die ik de zangers geef.’

In juni dirigeert Alain Altinoglu de Vuurvogel van Stravinsky samen met een ouverture van Moessorgski, de componist van wie hij volgend seizoen De Gouden Haan dirigeert. In orkestwerk en opera valt op hoe hij kiest voor repertoire met een feeërieke sfeer. ‘Ik heb inderdaad de nadruk gelegd op stukken met een sprookjesachtige stemming, in het verhaal of in de orkestratie. Er is ook Daphnis et Chloé van Ravel. Ik probeer linken te leggen tussen de operaproducties en scharnierwerken van die componist: naast Blauwbaards Burcht is er ook het concerto voor orkest van Bartok. Enerzijds vormen al die feeërieke stukken een rode draad door de programmering. Maar het is ook een goede zaak voor het orkest. Die literatuur is dankbaar om het mengen van de verschillende pupiters in het orkest aan te scherpen. De Gouden Haan van Rimsky-Korsakov is een nieuw stuk voor mij. Tegelijk is het een vervolg op Cendrillon. Opnieuw een opera met een sprookjesachtige inhoud en opnieuw met regisseur Laurent Pelly. Ik weet zeker dat hij daar een zeer geschikte figuur voor is.’

 

Fuseren

Tussen hyperbeweeglijke dirigenten in de stijl van Yannick Nézet-Seguin en dirigenten die meer de teugels laten vieren zoals Ivan Fischer: waar situeert hij zich? ‘Elk orkest vraagt om een andere aanpak. Als ik in de Wiener Staatsoper dirigeer zit ik in een systeem met elke avond een andere opera op de affiche, maar uiteindelijk spelen de musici een beperkt aantal titels. Die musici kennen hun partijen bijna uit het hoofd en het heeft geen zin om elke inzet aan te geven. Zo heeft elk orkest zijn eigen aard en aparte manier van reageren. Aan het Conservatorium van Parijs leid ik jonge dirigenten op. Een belangrijke les is dat er geen pasklare beweging is om een bepaald resultaat te bekomen. De dirigent moet zijn bewegingstaal aanpassen aan elk orkest.’

Hoe zou hij de eigenheid en de manier van reageren van het Muntorkest omschrijven? Altinoglu: ‘Ik ben onder de indruk van de flexibiliteit. Het klinkt als een cliché, maar men kan echt horen dat Brussel tussen Frankrijk en Duitsland zit, aan de klank van de strijkers. Misschien zit er nog die viooltraditie van Eugène Ysaÿe daar voor iets tussen: een warmte in de klank, die in verschillende repertoire inzetbaar is.’

Onlangs maakte het consultancybureau Blanchard op vraag van voogdijminister Didier Reynders een analyse van het symfonieorkest van De Munt en het Nationaal Orkest. De conclusies leiden tot een verregaande samenwerking tussen de twee orkesten, met een fusie voorzien voor 2026. De studie constateerde onder meer een hoge gemiddelde leeftijd bij het Muntorkest: vijftig jaar. Altinoglu: ‘Dat betekent dat er veel aanwervingen aankomen. Het orkest werd onder Gerard Mortier omgevormd. Dat heeft nu zijn weerslag: veel muzikanten die in de jaren ‘80 zijn aangeworven, zitten nu aan de pensioenleeftijd. Dat fenomeen zag ik ook al in Montpellier en Rennes. In juni 2016 zijn er drie belangrijke audities: voor concertmeester, en solisten bij trompet en cello.’

Als hij zijn orkest wil kneden, naar welk type orkestmuzikant is hij op zoek? ‘Het moeten fantastische musici en goede vakmannen zijn, dat spreekt vanzelf. Ik zoek echter ook naar toegewijde muzikanten. En het is belangrijk dat het aardige mensen zijn. Sociale vaardigheden zijn belangrijk omdat muzikanten individualistisch opgeleid zijn. Ze moeten goed in de groep liggen; daarom is er een stagetijd.”

Altinoglu werkte samen met de grootste sterzangers: Bryn Terfel, Jonas Kaufmann, Anna Netrebko, Roberto Alagna. Hij is ook nog eens met een succesvolle zangeres getrouwd. Maakt hem dat tot een expert in de psychologie van de diva of stertenor? ‘Mij valt het op dat bij die allergrootsten het diva-gehalte goed meevalt. En als ze moeilijk doen, ligt het in het verlengde van hun professionalisme. Men had me indertijd erg bang gemaakt voor Jessye Norman, die ik als maître de chant moest begeleiden. Uiteindelijk bleek dat alles wat ze wou te maken had met perfectionisme, niet met wispelturigheid. Als dirigent moet ik niet altijd vrijheid geven maar ook duidelijke grenzen stellen. De zangers proberen uit hoe ver ze kunnen gaan, maar appreciëren het als ik hen tot de orde roep.’

‘Mijn leiding moet natuurlijk overkomen. Het helpt dat het orkest een strak hiërarchisch systeem is. Als een concertmeester voor zijn twaalf eerste violisten een boogstreek vastlegt, zal niemand daarover morren. Zoals de concertmeester zijn violisten aanvoert, zo maak ik de keuzes voor het hele orkest. Over die artistieke zaken is geen discussie mogelijk. Als het gaat om administratieve onderhandelingen, is er overleg nodig. Er zijn de vakbonden maar ook de dialoogcultuur in het orkest.’

Als muziekdirecteur heeft hij de kans om solisten te lanceren en om eigen klemtonen te leggen. Op welke lange-termijnprestaties wil hij kunnen terugkijken? ‘Het budget van De Munt is te beperkt om mensen van het kaliber van Bryn Terfel of Jonas Kaufmann uit te nodigen voor een hele productie. Dat ik al goed met hen heb samengewerkt, kan helpen om ze tóch te laten overkomen voor een korte periode, of een concert.’

‘Ik wil me ook inzetten voor jonge orkestsolisten. We creëren een orkestacademie om jonge afgestudeerden de kans te geven ervaring op te doen. Op die manier dichten we de kloof tussen solistische opleiding en het operavak.’

 

‘Daarnaast wil ik me persoonlijk inzetten voor pedagogische projecten. Die bleven tot nu toe beperkt bij De Munt. Ik wil me richten op jonge kinderen, maar ook hoge-school- en uniefstudenten. Ik neem het persoonlijk op mij, specifiek voor hen commentaar te geven tijdens een concert. Die groepen moeten tot bij ons komen of we gaan zelf naar hun scholen. Ook in Molenbeek moet de Munt present zijn. Brussel moet nu snel uit de negatieve spiraal geraken, na de aanslagen. Dat is ook een verantwoordelijkheid voor een operahuis.’

 

Alain Altinoglu

Symfonieorkest van De Munt o.l.v. Alain Altinoglu op 25 juni in Flagey. Moussorgski, Prokofiev en Stravinsky.

 

Seizoen 16-17: www.demunt.be